Ingetogen herdenking in Hoogland

De herdenking op 4 mei bij de naald in Hoogland was – net als alle herdenkingen in Nederland – anders dan anders. Wel twee minuten stilte. Maar geen honderden belangstellenden, zoals we dat de afgelopen jaren gewend waren. We riepen onze inwoners namelijk op zoveel mogelijk thuis te herdenken, om het coronavirus onder controle te krijgen.

En dus stonden we op maandagavond 4 mei met slechts een handjevol mensen bij de naald in Hoogland. Binnen de richtlijnen, op anderhalve meter afstand van elkaar. Om op een ingetogen maar eervolle manier invulling te geven aan de herdenking in Hoogland. Toch stil te staan bij alle mensen die hun leven hebben gegeven voor onze vrijheid.

De voorzitters van het Oranjecomité Hoogland, de Oranjevereniging Hooglanderveen, Dorpsbelangen Hoogland, Belangenvereniging Hooglanderveen en wethouder Menno Tigelaar waren bij de herdenking aanwezig. Henk van Middelaar deed een voordracht. Er werden bloemen neergelegd en kaarsen aangestoken. Een kaars voor elke naam die in de naald gebeiteld staat en voor de vijf Canadese soldaten die in Hoogland zijn omgekomen.

> Bekijk hier de compilatie van dodenherdenking 2020.






Voordracht

Wij staan hier maar met een handvol mensen, als vertegenwoordigers van de meer dan duizend die hier jaarlijks staan. Anderhalve meter is nu het wachtwoord. Het virus wordt een vijand genoemd, met wie we in oorlog zijn. Dat durven we zo te benoemen omdat we zelf nooit een oorlog hebben meegemaakt. Wij zijn met anderhalve meter afstand veilig. Dat waren de mensen die hier op het gedenkteken staan niet. Voor een kogel is anderhalve meter niks. Zij waren op honderd meter nog niet veilig.

Zo leeg als het nu is op de avond van 4 mei, zo verlaten lagen de slachtoffers na hun dood. In een weiland, in een huis, voor aan de weg, in een zelfgegraven graf.

Zo stil als het nu is, zo stil was het na hun dood, en zo stil bleef het heel lang in de nabijheid van hun families, terwijl er geen verplichting was tot afstand houden. Dicht bij elkaar in de kerkbank, naast elkaar voor de toonbank, naast elkaar in een vergadering, dicht naast elkaar in een verjaardagskring. Praten over koetjes en kalfjes, of het weer mee zat of juist tegen, voor wie de klokken geluid hadden.

Zwijgen kon ook, dat is altijd veilig, ook binnen anderhalve meter.

Maar hoe peilloos diep was het verdriet van de families die hun geliefden verloren hadden. Iedereen in dit dorp begreep dat, maakte zich daar een voorstelling van. Maar wie had er woorden voor? Wie vroeg hoe gaat het?  En wat als er tranen komen? Voor hen was er geen bevrijding, geen feest.

Het is dit jaar leeg hier, het kan nu niet anders. Gelukkig weten we hoe vol het hier andere jaren is op 4 mei. Met zijn allen betreuren we in stilte de doden, we laten alsnog zien hoe we met de nabestaanden meeleven.

We zijn 75 jaar verder. Gemiddeld genomen heeft Nederland het in zo’n lange periode nog nooit zo goed gehad. Al 75 jaar leven wij in vrijheid. Zelfs nu met alle beperkingen zijn we vrij, mogen we denken, zeggen en schrijven wat we willen. Kritiek hebben, vragen stellen, onderzoeken, het mag. Het moet zelfs, want als we niet opletten verandert vrijheid in een gekooid aapje.

Kijk om ons heen. Zelfs in landen die democratieën zijn wordt de vrijheid ondermijnd. Democratisch gekozen leiders liegen erop los om aan de macht te blijven. Tegenstanders worden vals beschuldigd, de pers verdacht gemaakt, niet meer te woord gestaan en in sommige landen zelfs verboden.

Onder een leider die koste wat kost de macht wil houden is het altijd de waarheid die als eerste sneuvelt. Feiten worden weggemoffeld of verdraaid, kritiek verboden.

Op de grens van Hoogland en Baarn leefde Jan Brouwer, boer en veehandelaar op het Zuidereind langs de Eem. Hij liet zich niet muilkorven en werd een van de leiders van het verzet in Nederland, waarvoor hij zwaar is gestraft met opsluiting in gevangenissen en kampen, in Amersfoort en Vught. In 1944 werd hij op transport gezet naar Duitsland. Onderweg heeft hij op een kartonnen dekseltje van een jampot zijn adres geschreven. Op de andere kant: Wil vinder mijn vrouw groeten? Ben op weg van Vught naar Duitsland.

Waarom waren de Duitsers zo gebeten op hem? Behalve onderduikadressen regelen voor andere verzetsmensen en Engelse piloten, meehelpen aan wapendroppings, illegaal vee slachten voor ziekenhuizen en arme mensen en een distributiekantoor overvallen, plaatste hij radiozenders door heel Nederland en verspreidde hij illegaal drukwerk. Parool, Trouw, Vrij Nederland, De Waarheid, in grote pakketten werd het bij hem thuis afgeleverd. Hij was de hoofdverspreider. Hij liet zich niet muilkorven. Pas in juli 1945 kwam hij thuis. Zwaar vermagerd. Hij had zijn gestreepte kampgevangenenpak nog aan. Zijn vrouw wist niet of hij nog in leven was. Het laatst wat zij van hem vernomen had was dat berichtje op het kartonnetje dat gevonden was.

75 jaar vrijheid. Wij vinden het vanzelfsprekend, maar het is een luxe, onder andere dankzij dappere vrouwen en mannen als Jan Brouwer. Zij begrepen wat er op het spel stond.

Vijftig jaar geleden schreef Remco Campert, wiens vader, een kritische journalist, een Duits kamp niet overleefd had, een gedicht waarvan ik het middelste ga voorlezen. Het staat op de zijgevel van De Bezige Bij, in Amsterdam, de uitgeverij die in de oorlog als verzetsuitgeverij is begonnen.

Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden

zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in z´n kop krijgt

zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud

zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die de sigaret aansteekt

zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt in een stem

jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet

en dan die vraag aan een ander stellen.

Henk van Middelaar
Journalist en auteur van o.a. het boek ‘23 april 1945, zes uur’